Door de ontwikkeling van nieuwe technologie is het mogelijk dat oplaadbare batterijen 50 procent meer opslagcapaciteit krijgen. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) deed de ontdekking die grote gevolgen kan hebben voor verschillende markten.

Zo’n twaalf jaar geleden mislukte een experiment in de zoektocht naar flexibele zonnecellen. Het materiaal dat daarbij toegepast werd, bleek wel geschikt voor batterijen. Het gebruikelijke grafiet in de anode wordt in de nieuwe technologie vervangen door silicium. Daarmee krijgt de batterij 50 procent meer opslagcapaciteit. Het silicium heeft echter de eigenschap om bij het opladen van de batterij drie keer zo groot te worden. De siliciumlagen komen dan los van elkaar waardoor de batterij uit elkaar valt. Als het silicium door nanotechnologie in kolommetjes op koperfolie wordt aangebracht, ontstaat er ruimte voor het materiaal om uit te zetten. Daarmee blijft de batterij stabiel. Om het materiaal commercieel toe te kunnen passen moet het uiteindelijk 10 micron dik worden. Dat is tien keer dunner dan een vel papier.

Er wordt in de wereld veel onderzoek gedaan naar het verbeteren van oplaadbare batterijen. De meeste doorbraken betreffen materialen die slechts op kleine schaal in laboratoriumomgeving toegepast kunnen worden. De innovatie van ECN heeft als groot voordeel dat het in massaproductie gebruikt kan worden. Zo zijn er mogelijkheden voor de consumentenelektronica, het elektrisch vervoer en de opslag van hernieuwbare energie. Speciaal voor het naar de markt brengen en aantrekken van investeerders is het bedrijf Leyden Jar Technologies opgericht. In 2018 moet gestart worden met een proeffabriek waarin de grootschalige productie bewezen kan worden.

Overeenkomende artikelen